PIETER COUWENBERGH
Weinig bestuurders lopen ermee te koop, maar het hebben van een mental coach is in. Voormalig bestuursvoorzitter Thony Ruys van Heineken had er bijvoorbeeld een, en hij is niet de enige. Naar schatting een kwart van de Nederlandse bestuurders heeft tegenwoordig een persoonlijk klankbord.
'De reden voor de toegenomen populariteit van de coach is dat bestuurders steeds vaker kenniswerkers managen, dat wil zeggen mensen die over een bepaald onderwerp meer weten dan zijzelf. De leiders uit het verleden vertelden hun mensen hoe ze de dingen moeten doen. Dat kan in de complexe, snel veranderende wereld van nu niet meer. Vandaag moeten ze leren vragen te stellen', vertelt Marshall Goldsmith.
Deze Amerikaan is onlangs door Business Week uitgeroepen tot icoon onder de ceo-coaches, omdat hij volgens het blad als een van de weinige adviseurs gewoon kan zeggen waar het op staat.
Goldsmith verdiende afgelopen jaar met zijn persoonlijke adviezen op no cure no pay-basis $1,5 mln en heeft een wachtlijst van een halfjaar. Hij heeft naar eigen zeggen de afgelopen jaren zeventig ceo's begeleid. In Nederland heeft hij geen klanten, wel in Zwitserland ( UBS ) en Londen, zoals Deutsche Bank , Glaxo Wellcome , Philips USA en het Rode Kruis. In de bar van een Amsterdams hotel, op doorreis naar Zwitserland, vertelt hij over de veranderende eisen die vandaag de dag worden gesteld aan de leiders van nu.
'Een leider moet mondiaal denken, maar de wereld verandert zo snel dat hij nooit alleen het antwoord kan hebben. Hij moet daarom dilemma's delen met zijn omgeving en collega's uitdagen hem te helpen. Daarnaast is zakendoen tegenwoordig vooral een kwestie van allianties sluiten. Kijk naar IBM , dat doorlopend samenwerkingsverbanden aangaat. Een ceo moet daarom veel meer menselijke vaardigheden bezitten dan dertig jaar geleden. De mensfactor is te lang veronachtzaamd.'
Volgens Goldsmith staat de nieuwe generatie leiders ook veel meer open voor advies dan vorige generaties. 'Ze durven hun eigen functioneren ter discussie te stellen. Dat is belangrijk, omdat nogal wat leiders vasthouden aan het kunstje waarmee ze naar de top zijn geklommen en alleen maar hard voorthollen. Als zij niet de moed hebben te willen veranderen, heeft het trouwens geen zin.'
Bij de Zwitserse bank UBS traint hij al jaren een klasje van 'highpotentials' en in zijn vaderland wordt hij nogal eens gevraagd de potentiële nummer een onder handen te nemen. Wat is eigenlijk het grote probleem van leiders? 'Ze willen altijd winnen en hun suggesties hebben de neiging om als opdracht over te komen of als zodanig te worden opgevat. Ik adviseer ze
daarom tijdens vergaderingen hun mond te houden, dingen bewust te laten passeren of juist het debat te stimuleren zonder positie in te nemen.'
Er is in zijn ogen geen verschil in de cultuur tussen Europa, de VS of Azië. 'Overal zie ik dezelfde kenmerken van wat ik de smart guy-ziekte noem. Weinig geduld. Hyperactief. Niet kunnen loslaten. Niet kunnen luisteren. Altijd willen winnen.'
Uit de bezoekjes aan zijn website leidt Goldsmith af dat Aziaten de grootste behoefte hebben zich te veranderen. De helft van de bezoekers komt uit het Verre Oosten, tegen 30% uit de VS en 20% uit Europa. De minste interesse voor zijn werk bestaat in Zuid-Amerika.
Zijn aanpak duurt maximaal anderhalf jaar en begint met het interviewen van acht tot maximaal dertig belanghebbenden in de organisatie. Dat kunnen commissarissen zijn, maar vaker nog collega-bestuurders en ondergeschikten.
Uit die interviews worden de gewenste gedragsveranderingen gedestilleerd, zoals luisteren en loslaten, waarover afspraken worden gemaakt met de ceo. Die doelen worden vervolgens door de leider medegedeeld aan de 'stakeholders' met de opmerking 'hem feedback te geven over progressie en het ontbreken ervan'.
Met enige regelmaat wordt vervolgens bij de belanghebbenden getoetst of er sprake is van vooruitgang en krijgt de ceo op basis daarvan weer feedback van Goldsmith maar ook van zijn omgeving. 'Zij moeten de moed hebben de dingen bij naam te noemen en gecommitteerd zijn mee te helpen in het proces.'
Curieus genoeg zegt de ceo-coach de meeste tijd te spenderen aan deze 'stakeholders'. 'Omdat perceptie veranderen veel moeilijker is dan gedrag veranderen. De ceo wil en kan ook veranderen maar de omgeving blijft vooral het oude gedrag zien.'
Drie maanden lang heeft hij geduld en geeft hij zijn omgeving de ruimte, dan vervalt hij één keer in zijn oude gedrag en de reactie is: zie je wel, hij verandert toch niet. Mensen zien wat ze willen zien. Daarom is het van essentieel belang die groep belanghebbenden in het proces te betrekken en met de ceo deze ontwikkeling door te maken. Uiteindelijk wordt daardoor niet alleen de leider beter, maar een hele groep mensen. Ik begeleid het proces, maar de collega's zijn in feite de coaches.'
Of hij wel eens een opdracht teruggeeft? 'Zeker. Als iemand aangeeft dat hij niet wil verbeteren. En heel soms als er te weinig te verbeteren valt aan een persoon.' Dat overkwam de Nederlandse Amerikaan Lodewijk de Vink. 'Hij was destijds de beoogd ceo bij Warner Lambert en deed toen nagenoeg alles al helemaal goed.'
Couwenbergh@fd.nl
Copyright (c) 2005 Het Financieele Dagblad
Publicatiedatum: 4-11-2005
--------------------------------------------------------------------------------